Help, mijn ex verhuist!

Deel deze blog

Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Help, mijn ex verhuist!

Mensen die gescheiden zijn vinden het soms niet zo erg om niet meer dicht bij elkaar te hoeven wonen. Maar als je samen kinderen hebt, denk je daar misschien anders over.

Ouders die scheiden moeten over hun kinderen veel afspraken maken. Hoe de zorgtaken verdeeld gaan worden (waar wonen de kinderen)? Hoe vaak zien ze de andere ouder waar ze niet officieel bij wonen (omgangsregeling)? Hoeveel geld geeft de ene ouder aan de andere om te helpen in de kosten van de verzorging van de kinderen (kinderalimentatie)? Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het ouderschapsplan.[1] Soms spreken ouders ook af om niet te ver bij elkaar uit de buurt te gaan wonen, zodat de kinderen nooit ver hoeven te reizen om de andere ouder te zien. En dat is voor de meeste kinderen best fijn. Zelf uit school even bij mama langsgaan, of voor een sportwedstrijd nog even snel een vergeten sportbroek ophalen in het ‘andere’  huis.

En dan ineens krijgt de ouder waar de kinderen wonen een baan aan het andere kant van het land. Moet jij dit als achterblijvende ouder maar gewoon accepteren? Hierover is al vaker door een rechter beslist. Het antwoord is soms ‘nee’. Als jij als achterblijver ook gezag hebt over de kinderen tenminste. Want twee ouders die samen gezag hebben, moeten ook samen beslissen over waar de kinderen wonen. En als jullie er niet uitkomen kun je de rechter vragen om een beslissing te nemen.[2] De rechter zal hierbij eerst kijken naar het belang van het kind. Meestal vindt de rechter een regelmatig contact met beide ouders belangrijk. Ook zal de rechter het belangrijk vinden dat een kind in zijn vertrouwde omgeving mag blijven.

In 2008 heeft de hoogste rechter van Nederland beslist[3] dat in bijzondere gevallen soms de belangen van iemand anders dan het kind zwaarder mogen wegen dan die van het kind. Soms kan het voor de ouder die wil verhuizen zonder toestemming van de achterblijver echt noodzakelijk zijn om toch te verhuizen. Bijvoorbeeld als de ouder die het kind (het meest) verzorgt door de scheiding zonder woonruimte zit, ergens anders in het land wel een huis kan vinden. Als deze ouder dan ook nog eens niet of nauwelijks financiële ondersteuning van de andere ouder krijgt en ergens anders een baan kan vinden, kan het belangrijk zijn dat hij of zij toch verhuist met het kind. Ook andere omstandigheden mogen worden meegenomen.[4] Ondanks dat het kind dan minder vaak zijn andere ouder zal zien en uit zijn vertrouwde omgeving weg gehaald wordt.

Dit zal niet zo heel vaak het geval zijn. En de rechter verbiedt dan ook regelmatig de verhuizing van het kind. Afgelopen december[5] heeft de rechter weer bevestigd dat het belang van het kind altijd de eerste en belangrijke overweging moet zijn. En in het geval van deze moeder met een verhuiswens vond de rechter dat zij niet goed had aan kunnen tonen dat het absoluut noodzakelijk was dat ze verhuisde met het kind. Zij kreeg geen toestemming van de rechter om tegen de wens van de vader in toch te verhuizen met het kind.

Heb je vragen over dit thema? Denk je dat dit misschien op jouw situatie van toepassing is en zou je dat graag uit willen laten zoeken? Bel of mail me, of maak een afspraak voor het inloopspreekuur. Ik kan je vertellen wat je mogelijkheden zijn.

 

[1] Art. 815 lid 2 en 3 Rv.

[2] Art. 1:253a BW.

[3] Hoge Raad 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901, LJN BC5901.

[4] Zie ook het artikel wat mr. dr. M.J. Vonk schreef voor het tijdschrift Relatierecht en Praktijk in 2013, REP 2013, nr. 4, p. 140-147. De omstandigheden die ze noemt zijn: noodzaak van de verhuizing, de belangen van de verzoeker, de kinderen en de achterblijvende ouder, de voorbereiding van de verhuizing, de voorgestelde alternatieven voor verminderde mogelijkheden tot omgang, de mate waarin ouders nog met elkaar kunnen overleggen en de financiële armslag van de ouders om een contactregeling na verhuizing na te komen.

[5] Rechtbank Zeeland- West-Brabant 6 december 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5973.